Je hebt zojuist gezien hoe je een for-lus en een if-else-constructie kan combineren om een programma te maken dat voor elk getal in een reeks bepaalt of het even of oneven is. Hieronder kan je nog eens bekijken hoe dat werkt.

Voorbeeld van combinatie van een for-lus met een if-else-constructie
for i in range(10):
    if i % 2 == 0:
        print(f"{i} is een even getal.")
    else:
        print(f"{i} is een oneven getal.")

Wat gebeurt hier?

  • De genereert de getallen 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, en 9.
  • In het begin krijgt i de waarde 0.
  • We controleren of i % 2 == 0 (oftewel: is 0 deelbaar door 2?). Dit is waar, dus we voeren de code in het if-gedeelte uit, waardoor 0 is een even getal. op het scherm verschijnt.
  • Daarna krijgt i de volgende waarde, namelijk 1.
  • We controleren of i % 2 == 0 (oftewel: is 1 deelbaar door 2?). Dit is niet waar, dus we voeren de code in het else-gedeelte uit, waardoor 1 is een oneven getal. op het scherm verschijnt.
  • Daarna krijgt i de volgende waarde, namelijk 2.
  • We controleren of i % 2 == 0 (oftewel: is 2 deelbaar door 2?). Dit is waar, dus we voeren de code in het if-gedeelte uit, waardoor 2 is een even getal. op het scherm verschijnt.
  • ...
  • Als laatste krijgt i de waarde 9.
  • We controleren of i % 2 == 0 (oftewel: is 9 deelbaar door 2?). Dit is niet waar, dus we voeren de code in het else-gedeelte uit, waardoor 9 is een oneven getal. op het scherm verschijnt.
  • Nu zijn er geen getallen meer in de reeks die door is gegenereerd, dus stopt de lus.

Je ziet dus op het scherm:

0 is een even getal.
1 is een oneven getal.
2 is een even getal.
3 is een oneven getal.
4 is een even getal.
5 is een oneven getal.
6 is een even getal.
7 is een oneven getal.
8 is een even getal.
9 is een oneven getal.



Opdracht

Schrijf met een for-lus en een if-else-constructie een programma die voor de getallen van 0 tot en met 50 op het scherm afdrukt of dat getal op een 4 eindigt of niet. Het programma moet dus de volgende output geven:

0 eindigt niet op een 4.
1 eindigt niet op een 4.
2 eindigt niet op een 4.
3 eindigt niet op een 4.
4 eindigt op een 4.
5 eindigt niet op een 4.
...
13 eindigt niet op een 4.
14 eindigt op een 4.
15 eindigt niet op een 4.
...
49 eindigt niet op een 4.
50 eindigt niet op een 4.


Tip: hoe check je of een getal op een 4 eindigt?

Je kan dit doen door te kijken naar de eenheid van het getal. Als de eenheid gelijk is aan 4, dan eindigt het getal op een 4. Je kan de eenheid van een getal vinden door het getal modulo 10 te nemen (zo vaak mogelijk 10 van het getal afhalen).

Welk symbool gebruik je om modulo te nemen?

Het symbool voor modulo is het procentteken: %.

Voorbeelden van modulo
Invoer Uitvoer Reden
12 % 10 2 12 gedeeld door 10 geeft een rest van 2.
46 % 10 6 46 gedeeld door 10 geeft een rest van 6.
24 % 10 4 24 gedeeld door 10 geeft een rest van 4.
8 % 10 8 8 gedeeld door 10 geeft een rest van 8.