Je hebt geleerd hoe je functies maakt met een if-elif-else-statement. Zie hieronder nog eens twee voorbeelden:
def PositiefOfNegatief(x):
if x > 0:
tekst = "Dit getal is positief"
elif x < 0:
tekst = "Dit getal is negatief"
else:
tekst = "Dit is het neutrale getal 0"
return tekst
| Invoer | → | Verwachte returnwaarde |
|---|---|---|
| → | "Dit getal is positief" |
|
| → | "Dit getal is negatief" |
|
| → | "Dit is het neutrale getal 0" |
def Grootste(x, y):
if x > y:
grootste = x
elif x < y:
grootste = y
else:
grootste = "De getallen zijn even groot."
return grootste
| Invoer | → | Verwachte returnwaarde |
|---|---|---|
| → | 8 |
|
| → | 1 |
|
| → | 100 |
|
| → | "De getallen zijn even groot." |
Maak een functie genaamd
"[woord] is het langste woord.""[woord1] en [woord2] zijn even lang."| Invoer | → | Verwachte returnwaarde |
|---|---|---|
| → | "programmeren is het langste woord." |
|
| → | "octopus is het langste woord." |
|
| → | "sleutel en kikkers zijn even lang." |
Herinner je nog de functie die we kunnen gebruiken om de lengte van een string te bepalen? Zo niet, kijk dan even terug in de cursus.
Voor de antwoordzin kan je ofwel f-strings gebruiken, ofwel strings bij elkaar optellen.