Bij het schrijven van de code, worden dikwijls spaties gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan de spatie net na het openingshaakje en voor het sluithaakje bij de haakjes die achter een functienaam staan. Ook in berekeningen worden vaak spaties rondom operatoren geplaatst als dat de berekening beter leesbaar maakt. Soms worden lege regels in de code toegevoegd en worden consequent vier spaties gebruikt als tabulatie/insprong waar nodig.

De meeste van deze spaties zijn niet nodig voor Python om de code te kunnen uitvoeren maar zijn gewoon “stijl”; hulpmiddelen om de code leesbaarder te maken voor ons. Zo zijn de volgende regels code equivalent:

# Equivalente regels code
print( 2 + 3 )
print(2+3)
print( 2+3)
print       (       2       +       3       )

Het “vastplakken” van het openingshaakje aan de functienaam doet vrijwel iedere programmeur. Voor de rest verschillen de stijlen tussen programmeurs. Wees wel consistent binnen je eigen stijl; dit maakt je code leesbaarder.

Merk op in de code hierboven dat de eerste regel een “hash mark” (#) heeft, gevolgd door een tekst. Het “hash mark” teken wordt gebruikt om commentaar te schrijven. Alles wat rechts van de hash mark staat is commentaar en wordt door Python genegeerd (behalve uiteraard wanneer een hash mark in een string staat). Commentaar wordt gebruikt om details over de code te geven waar nodig. In een later hoofdstuk gaan we hier dieper op in.