Gegeven

Erik kijkt, naast zijn verjaardagsfeest, ook al enorm uit naar de grote vakantie. Hij gaat zijn leerkrachten enorm missen gedurende twee maanden, maar om zijn gedachten te kunnen verzetten, gaat hij met zijn ouders op vakantie naar Italië.

De ouders van Erik zijn echter nog in twijfel of ze samen met hun enige zoon het vliegtuig nemen of met de auto gaan. Vooral aangezien ze daar ook graag met een auto willen rondrijden.

Vervoersmiddel voor de reis.

Opgave

Schrijf een programma om de ouders te helpen bij dit probleem en op basis van de (gereden) afstand te bepalen welke optie hen het voordeligst uitkomt. Je zal hiervoor rekening moeten houden met: het verbruik van het vliegtuig, het huren van een auto en het verbruik van de eigen / gehuurde auto per gereden kilometer.

Schrijf hiervoor 2 functies:

Schrijf hierna een programma dat aan de gebruiker vraagt hoe ver de vakantiebestemming ligt (in km) en hoe veel km het gezin nog wil rondrijden op de bestemming. Het programma berekent daarna welke optie er goedkoper is en hoeveel ze daarmee besparen.

Voorbeelden

Met Rome als reisbestemming op (ongeveer) 1500 km afstand, waarna het gezin nog 100 km wil rondrijden om de rest van Italië te bezoeken krijgen we:

Je gaat beter met het vliegtuig, je bespaart dan € 80.0.

Met Amsterdam als reisbestemming op (ongeveer) 200 km afstand, waarna het gezin voornamelijk binnenin de stad blijft en dus slechts 20 km rondrijdt krijgen we:

Je gaat beter met de auto, je bespaart dan € 76.0.

Tips

  • Als je naar een bestemming op vakantie gaat moet je natuurlijk ook terug naar België. Vergeet de reisafstand dus niet te verdubbelen.