Een kind spaart voor een fiets. Na een aankoop wil het weten hoeveel geld er nog overblijft.
Lees het beschikbare bedrag en het uitgegeven bedrag in. Bereken hoeveel geld er overblijft.
Toon het resultaat in de vorm:
Er is nog x euro over.
waarbij je x vervangt door het berekende verschil.
Invoer:
325
79
Uitvoer:
Er is nog 246 euro over
Invoer:
5
10
Uitvoer:
Er is nog -5 euro over
(het verschil mag negatief zijn)