Een winkel maakt een factuur op. Het programma leest twee waarden in: eerst het bedrag zonder BTW (in euro, mag decimalen bevatten), daarna het aantal dagen dat de klant erover deed om te betalen (een geheel getal).
Wie binnen de 10 dagen betaalt, krijgt 2% korting op het bedrag zonder BTW. Wie er langer over doet, krijgt geen korting.
Het programma toont drie regels: het bedrag zonder BTW, de korting (0 als die niet van toepassing is) en het bedrag inclusief 21% BTW. De BTW wordt berekend op het bedrag na korting. Alle bedragen worden afgerond op 2 cijfers na de komma en gevolgd door ` EUR`:
Bedrag zonder BTW: ... EUR
Korting: ... EUR
Bedrag inclusief BTW: ... EUR
“Binnen de 10 dagen” telt ook de tiende dag zelf mee: bij precies 10 dagen krijg je dus nog korting, vanaf 11 dagen niet meer.
Invoer:
100
5
Uitvoer:
Bedrag zonder BTW: 100.00 EUR
Korting: 2.00 EUR
Bedrag inclusief BTW: 118.58 EUR
Invoer:
200
12
Uitvoer:
Bedrag zonder BTW: 200.00 EUR
Korting: 0.00 EUR
Bedrag inclusief BTW: 242.00 EUR
(te laat betaald, dus geen korting; 200 × 1,21 = 242,00)