Drop links or images here to add them to the editor.
Hoofdstuk 4 — Een inleiding in kansrekenen
Kansrekenen helpt criminologen om onzekerheid zorgvuldig te formuleren. Een kans beschrijft hoe waarschijnlijk een gebeurtenis is binnen een duidelijk omschreven toevalsproces. Ze bewijst niet dat een gebeurtenis zal plaatsvinden en toont op zichzelf geen causaliteit aan.
Verplichte leerstof
Lees Hoofdstuk 4: Een inleiding in kansrekenen in Basiscursus Statistiek in de Criminologie — Deel I.
Besteed bijzondere aandacht aan:
- kansen als proporties tussen 0 en 1;
- objectieve (Laplace-), experimentele en subjectieve kansen;
- de algemene en speciale somregel;
- de algemene en speciale productregel;
- de complementregel;
- gezamenlijke en voorwaardelijke kansen;
- het verschil tussen disjuncte en onafhankelijke gebeurtenissen;
- faculteiten, permutaties en combinaties;
- de binomiale verdeling als verdieping.
Beslisvragen voor elke oefening
- Wat is de gebeurtenis? Schrijf bijvoorbeeld
A ∪ B, A ∩ B of B | A.
- Kunnen de gebeurtenissen samen voorkomen? Zo niet, dan zijn ze disjunct.
- Verandert kennis van A de kans op B? Zo niet, dan zijn ze onafhankelijk.
- Welke groep vormt de noemer? Bij
P(B | A) bestaat de noemer alleen uit gevallen waarin A optreedt.
- Speelt volgorde een rol? Dat bepaalt of je een permutatie of combinatie nodig hebt.
In de oefeningen geef je kansen als proportie, tenzij expliciet om een percentage wordt gevraagd. Gebruik een punt als decimaalteken.