
Oefening op 3 punten
Deze oefening is een uitdaging. Begin hier pas aan als je alle andere oefeningen al hebt gemaakt.
Op een schaakbord beweegt een paard altijd in een L-vorm:
Je krijgt de grootte van een vierkant bord, een startpositie en een eindpositie. Bepaal het kleinste aantal zetten dat het paard nodig heeft om van start naar eind te gaan.
Als start en eind gelijk zijn, is het antwoord 0.
De functie krijgt drie argumenten:
n: de grootte van het bord (n x n)start: een tuple (rij, kolom)eind: een tuple (rij, kolom)Gebruik 0-gebaseerde indexen: linksboven is (0, 0).
Geef een geheel getal terug: het minimum aantal zetten dat nodig is om de eindpositie te bereiken.
>>>kortste_pad_schaak_paard(6, (2, 5), (4, 5))
2
>>>kortste_pad_schaak_paard(7, (5, 3), (3, 4))
1