Indien je 4 punten van een regelmatige vijfhoek gegeven hebt, kan je berekenen waar het 5e hoekpunt ligt a.d.h.v. de nulsomeigenschap van regelmatige veelhoeken. De nulsomeigenschap vertelt ons dat als we een vector van het geometrisch middelpunt van een regelmatige veelhoek naar alle hoekpunten trekken en deze vectoren samentellen, komen we terug uit in het middelpunt.
\[\mathsf{\vec{OA} + \vec{OB} + \vec{OC} + \vec{OD} + \vec{OE} = \vec{0}}\]Door deze formule om te vormen krijgen we:
\[\mathsf{\vec{OA} + \vec{OB} + \vec{OC} + \vec{OD} = -\vec{OE}}\]Met de vector \(\mathsf{\vec{OE}}\) en het coordinaat van het middelpunt kunnen we E vinden.
Schrijf de functie vijfde_hoekpunt(hoeken) die gegeven een lijst van 4 hoeken van een regelmatige vijfhoek het 5e punt teruggeeft (als tuple). Rond de coordinaten van het 5e hoekpunt af op 6 decimalen.
Gegeven 3 willekeurige hoekpunten van de vijfhoek (in dit voorbeeld A, B en C):

Bepaal de Rico loodrecht op AB via \(\mathsf{rico_{LoodRecht} = -1 / rico}\).
Bepaal de Rico loodrecht op BC.
waarbij
\[\mathsf{q_{1} = y_{1} - (rico_{\text{LoodrechtAB}} \cdot x_{1})} \qquad \text{en} \qquad \mathsf{q_{2} = y_{2} - (rico_{\text{LoodrechtBC}} \cdot x_{2})}\]\(\mathsf{q_{1}}\) wordt hier bepaald door de ene rechte (met F en \(\mathsf{rico_{\text{LoodrechtAB}}}\)) en \(\mathsf{q_{2}}\) wordt bepaald door de andere rechte (met G en \(\mathsf{rico_{\text{LoodrechtBC}}}\)).
Gegeven de 4 hoekpunten A, B, C en D en het middelpunt O:
De vereenvoudigde formule komt neer op:
\[\mathsf{E = 5 \cdot O - (A + B + C + D)}\]Je kan deze formule individueel uitvoeren voor het x- en het y-coördinaat.
>>> vijfde_hoekpunt([(1.0, 0.0), (0.309017, 0.951057), (-0.809017, 0.587785), (-0.809017, -0.587785)])
(0.309019, -0.951059)
>>> vijfde_hoekpunt([(1.5, 0.0), (0.463526, 1.426585), (-1.213526, 0.881678), (-1.213526, -0.881678)])
(0.463525, -1.42658)