Het liedje “De wielen van de bus” heeft coupletjes met steeds hetzelfde patroon. Schrijf een functie zingCouplet(ding, actie) die een couplet zingt.
De functie drukt twee regels af:
De <ding> van de bus gaan <actie>, <actie>, <actie>De <ding> van de bus gaan <actie>, door de hele stadRoep de functie daarna aan voor:
Verwachte uitvoer:
De wielen van de bus gaan ronde ronde, ronde ronde, ronde ronde
De wielen van de bus gaan ronde ronde, door de hele stad
De ruitenwissers van de bus gaan heen en weer, heen en weer, heen en weer
De ruitenwissers van de bus gaan heen en weer, door de hele stad
De baby's van de bus gaan huil maar huil, huil maar huil, huil maar huil
De baby's van de bus gaan huil maar huil, door de hele stad