Een onderzoeker vergelijkt het aantal fietsdiefstallen tussen politiezones met een eenweg-ANOVA. In één zone zijn de waarnemingen 2, 4 en 6. Voor de volledige ANOVA geldt: MS_tussen = 24, MS_binnen = 6 en de kritieke F-waarde is 3.2.
Leerdoel: de opeenvolgende onderdelen van een ANOVA verbinden: een groep beschrijven, de F-ratio berekenen en de toetsbeslissing interpreteren.
Beantwoord de vier vragen.