Opgave

Schrijf een programma dat de gebruiker vraagt om een kommagetal in te voeren. Dit getal kan zowel positief als negatief zijn. Vervolgens wordt er gevraagd om een natuurlijk getal \(\mathsf{n}\) in te voeren.

Het programma toont als uitvoer het \(\mathsf{n}\)-de cijfer na de komma van het ingelezen kommagetal.

Voorbeeld

Invoer:

Geef een kommagetal: 3.14159265359
Geef een cijfer: 7

Uitvoer:

6

Invoer:

Geef een kommagetal: -2.7182
Geef een cijfer: 2

Uitvoer:

1