Combi 1 – Kassaticket

Een winkel wil een eenvoudig kassaticket voor één product.

Opdracht

Vraag de productnaam, de prijs per stuk (kommagetal) en het aantal stuks (geheel getal). Toon daarna:

  1. de productnaam zonder spaties vooraan en achteraan, in hoofdletters;
  2. een artikelcode: de eerste 3 letters van de productnaam in hoofdletters, een - en het aantal stuks;
  3. het subtotaal: prijs × aantal, afgerond op 2 decimalen;
  4. de btw (21 % van het subtotaal), afgerond op 2 decimalen;
  5. het totaal: subtotaal + btw, afgerond op 2 decimalen.

Voorbeeld

Welk product?
  koffiebonen  
Prijs per stuk?
12,4
Aantal stuks?
3
Product: KOFFIEBONEN
Artikelcode: KOF-3
Subtotaal: 37,2 EUR
Btw (21 %): 7,81 EUR
Totaal: 45,01 EUR

Tips

  • Prijs: Convert.ToDouble(...), aantal: Convert.ToInt32(...). Een kommagetal typ je met een komma (12,4).
  • 21 % van een bedrag is het bedrag × 0.21. Afronden doe je met Math.Round(getal, 2).
  • Waarom ook het subtotaal afronden? Een double kan niet elk kommagetal exact bewaren: 2,15 × 12 geeft zonder afronden 25,799999999999997.
  • Schoon de productnaam eerst op met Trim() en gebruik daarna die opgeschoonde naam verder.

Combi-oefening

In deze oefening combineer je wat je leerde in de vorige hoofdstukken:

  • H2 – datatypes (int, double, string), rekenen en omzetten met Convert
  • H3 – tekst samenvoegen met string-interpolatie $"..."
  • H4 – de Math-bibliotheek en de string-bibliotheek

Je gebruikt geen beslissingen (if) en geen lussen.

Klasafspraken

  • Declareer al je variabelen bovenaan in Main, apart van de code die ze een waarde geeft.
  • Gebruik betekenisvolle namen in camelCase.
  • Een stringmethode verandert de string niet zelf: bewaar het resultaat, bv. naam = naam.ToUpper();.