Vergelijk ANOVA-uitkomsten met dezelfde vrijheidsgraden.
Leerdoel: de richting van de relatie tussen een F-statistiek en p-waarde herkennen.
Wat gebeurt doorgaans met p als F groter wordt? 1 = p wordt groter; 2 = p blijft gelijk; 3 = p wordt kleiner; 4 = p wordt negatief.
Vul één antwoord in op de lege plaats in het codebestand.
Invoer: Gebruik een punt (.) als decimaalteken, niet een komma (,). Zet geen komma na het antwoord.