In een reservoir meet een sensor regelmatig het waterpeil. Door twee opeenvolgende metingen met elkaar te vergelijken, kan je zien hoeveel het peil tussendoor is gestegen. Een daling telt niet mee. We zijn benieuwd naar de grootste stijging tijdens de meetperiode.
Schrijf een programma dat achtereenvolgens metingen van het waterpeil inleest. Het waterpeil bij de eerste meting is
altijd 0; die meting hoef je niet in te lezen. Het programma stopt zodra twee opeenvolgende metingen gelijk zijn.
Bepaal de grootste stijging tussen twee opeenvolgende metingen. Als het peil nooit stijgt, is de grootste stijging 0.
Je mag geen lijst of dictionary gebruiken.
20
15
50
45
70
60
60
35
De beginmeting is 0 en wordt niet ingevoerd. De grootste stijging is van 15 naar 50, een stijging van 35. De
laatste 60 beëindigt de invoer omdat de twee laatste metingen gelijk zijn.