Een leerkracht wil weten hoe vaak een bepaald getal valt als je heel vaak een willekeurig getal kiest. In dit experiment laat je de computer 1000 keer een willekeurig geheel getal tussen 1 en 20 kiezen (1 en 20 inbegrepen), en tel je hoe dikwijls het getal 10 gekozen werd.
Omdat er 20 even waarschijnlijke getallen zijn, verwacht je dat 10 ongeveer \(1000 \cdot \tfrac{1}{20} = 50\) keer valt. Maar door de willekeur zal de telling elke keer wat anders zijn: de ene keer 47, de andere keer 53. Net dat maakt het een leuk experiment.
Per run van het experiment:
aantalTien aan met startwaarde 0.random.Next(1, 21);Toon na de lus precies deze regel (met X de eindwaarde van de teller):
Het getal 10 viel X keer.
Maak je
Random-object één keer aan, vóór de lussen, en niet binnenin. Anders krijg je telkens (bijna) hetzelfde getal en klopt de telling niet.
Omdat de computer een willekeurig getal kiest, is de telling elke uitvoering anders. We kunnen je oplossing daarom niet controleren door ze met één vaste uitvoer te vergelijken. In de plaats laten we je programma het experiment een aantal keer na elkaar uitvoeren, en kijken we naar de eigenschappen van de tellingen:
De invoer bestaat uit één regel: het aantal runs dat je het experiment moet
uitvoeren. Je toont per run één regel met de telling van dat run. Een uitvoering
met 3 runs zou er bijvoorbeeld zo kunnen uitzien (jouw getallen zijn
willekeurig, dus mogelijk anders):
Invoer:
3
Uitvoer:
Het getal 10 viel 48 keer.
Het getal 10 viel 53 keer.
Het getal 10 viel 49 keer.