Elk karakter in een string heeft een positie (index), te beginnen bij 0:
f i e t s
0 1 2 3 4
woord = "aardbei"
print(woord[0]) # 'a' (eerste letter)
print(woord[4]) # 'b' (vijfde letter)
print(woord[len(woord) - 1]) # 'i' (laatste letter)
Let op: de index van het laatste karakter is len(woord) - 1, omdat indexen bij 0 beginnen.