In dit hoofdstuk heb je veel geleerd over gestructureerde data en databases. Hier is een overzicht van de belangrijkste begrippen.
Database Een georganiseerde verzameling gegevens, opgeslagen in tabellen met rijen en kolommen. Bij Danilo’s Pizzeria worden gegevens opgeslagen over o.a. pizza’s, klanten, bestellingen en bezorgers.
Datatypes in SQLite
| Datatype | Omschrijving | Voorbeeld |
|---|---|---|
| INTEGER | geheel getal | klantnummer: 4054 |
| TEXT | tekst | naam: 'Jaap' |
| REAL | kommagetal | prijs: 2.50 |
Primary key (primaire sleutel) Elke tabel heeft een kolom waarin elke waarde uniek is. Voorbeelden: klantnummer, leerlingnummer. Een primary key mag nooit leeg of dubbel zijn.
NOT NULL Een extra eis die aangeeft dat een kolom niet leeg mag zijn.
Database Management System (DBMS) Een systeem dat een grote database beheert. Het zorgt ervoor dat data betrouwbaar en correct blijft, en dat gegevens eenvoudig en veilig zijn op te vragen. Voorbeelden: SQLite, MySQL, Oracle.
CRUD De vier soorten acties die je op data kunt uitvoeren:
| Actie | SQL | Omschrijving |
|---|---|---|
| Create | INSERT INTO / CREATE TABLE |
Gegevens of tabellen toevoegen |
| Read | SELECT |
Gegevens opvragen |
| Update | UPDATE |
Gegevens aanpassen |
| Delete | DELETE / DROP TABLE |
Gegevens verwijderen |
Per gebruiker worden CRUD-rechten ingesteld om de integriteit van de database te beschermen.