In een print() kun je op twee manieren tekst achter elkaar afdrukken:
,) worden ze afgedrukt met een spatie ertussen.+) worden ze direct aan elkaar “geplakt” zonder spatie.print("fiets", "bel") # geeft: fiets bel
print("fiets" + "bel") # geeft: fietsbel
voornaam = "Jan"
achternaam = "Jansen"
print("Hallo", voornaam, achternaam) # Hallo Jan Jansen
print("Hallo " + voornaam + " " + achternaam) # Hallo Jan Jansen
print("Hallo" + voornaam + achternaam) # HalloJanJansen
Let goed op de spaties! Met + moet je zelf spaties toevoegen als je ze wilt.