Schrijf een programma met een recursieve functie die twee parameters
gebruikt: de eerste parameter is een tekst (string) en de tweede is een
geheel getal \(n\). De functie toont de ingevoerde tekst \(n\) keer, telkens
op een nieuwe regel.
Het idee achter de recursie: één keer de tekst tonen is hetzelfde als de tekst één keer afdrukken en daarna de functie opnieuw oproepen om de tekst nog \(n - 1\) keer te tonen. Bedenk eerst het basisgeval en het recursieve geval:
Je leest twee waarden in: eerst de tekst, dan het aantal herhalingen.
Invoer:
Hallo
3
Uitvoer:
Hallo
Hallo
Hallo
Invoer:
Goede Morgen
1
Uitvoer:
Goede Morgen
Bij 0 herhalingen (het basisgeval) wordt er niets getoond:
Invoer:
Bye
0
Uitvoer: