Je hebt zojuist gezien hoe je een for-lus en een if-else-constructie kan combineren om een programma te maken dat voor elk getal in een reeks bepaalt of het even of oneven is. Hieronder kan je nog eens bekijken hoe dat werkt.
for i in range(10):
if i % 2 == 0:
print(f"{i} is een even getal.")
else:
print(f"{i} is een oneven getal.")
Wat gebeurt hier?
0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, en 9.i de waarde 0.i % 2 == 0 (oftewel: is 0 deelbaar door 2?). Dit is waar, dus we voeren de code in het if-gedeelte uit, waardoor 0 is een even getal. op het scherm verschijnt.i de volgende waarde, namelijk 1.i % 2 == 0 (oftewel: is 1 deelbaar door 2?). Dit is niet waar, dus we voeren de code in het else-gedeelte uit, waardoor 1 is een oneven getal. op het scherm verschijnt.i de volgende waarde, namelijk 2.i % 2 == 0 (oftewel: is 2 deelbaar door 2?). Dit is waar, dus we voeren de code in het if-gedeelte uit, waardoor 2 is een even getal. op het scherm verschijnt.i de waarde 9.i % 2 == 0 (oftewel: is 9 deelbaar door 2?). Dit is niet waar, dus we voeren de code in het else-gedeelte uit, waardoor 9 is een oneven getal. op het scherm verschijnt.Je ziet dus op het scherm:
0 is een even getal.
1 is een oneven getal.
2 is een even getal.
3 is een oneven getal.
4 is een even getal.
5 is een oneven getal.
6 is een even getal.
7 is een oneven getal.
8 is een even getal.
9 is een oneven getal.
Schrijf met een for-lus en een if-elif-else-constructie een programma die voor de getallen van 0 tot en met 110 op het scherm afdrukt hoe je met dat percentage op je toets gepresteerd hebt. Het programma moet dus de volgende output geven:
0% is een onvoldoende.
1% is een onvoldoende.
2% is een onvoldoende.
...
49% is een onvoldoende.
50% is een voldoende.
51% is een voldoende.
...
99% is een voldoende.
100% is een voldoende.
Je kan geen 101% scoren.
Je kan geen 102% scoren.
...
Je kan geen 110% scoren.