Drop links or images here to add them to the editor.
Een partiële correlatie wordt opgebouwd uit enkele vertrouwde beschrijvende maten en bivariate correlaties.
Leerdoel: de vijf rekenstappen herkennen en uitvoeren die van ruwe of gecentreerde gegevens naar een partiële correlatie leiden.
Beantwoord de vijf vragen.
- Voor X zijn de waarden 1, 2, 3 en 4. Bereken het gemiddelde van X.
- De afwijkingen voor X zijn −1, 0 en 1; voor Y zijn ze 2, 0 en −2. Bereken SCP_XY = Σ[(x − x̄)(y − ȳ)].
- Voor X geldt SS_X = 18 en n = 4. Bereken de steekproefvariantie SS_X / (n − 1).
- Gegeven Cov(X,Y) = 3, SD_X = 2 en SD_Y = 3. Bereken r_XY en rond af op twee decimalen.
- Gegeven r_XY = 0.60, r_XZ = 0.50 en r_YZ = 0.40. Bereken r_XY.Z met de standaardformule en rond af op vier decimalen.
Vul de vijf antwoorden in op de lege plaatsen in het codebestand.