In de vorige oefening maakte je een functie die een vierkant tekende met een vaste lengte van 100. Nu breid je die functie uit, zodat de gebruiker kan kiezen hoe groot het vierkant wordt.
Schrijf een functie met de naam teken_vierkant.
De functie krijgt één waarde mee: de lengte van een zijde.
teken_vierkantEr verschijnt een vierkant met een zijde die gekozen is door de gebruiker.