Een onderzoeker wil nagaan of er een verband is tussen geslacht en crimineel gedrag (wel/geen misdrijf gepleegd). In een representatieve steekproef van 2.000 volwassenen werd het volgende gevonden:
Tabel 1
Crimineel gedrag per geslacht (absolute frequenties)
| Crimineel gedrag | Man | Vrouw |
|---|---|---|
| YES | 380 | 120 |
| NO | 850 | 650 |

Je berekent alles met de hand (rekenmachine mag).
1) Marginale percentages (t.o.v. N = 2000)
percentage_mannen = (totaal mannen / 2000) * 100percentage_vrouwen = (totaal vrouwen / 2000) * 100percentage_yes = (totaal YES / 2000) * 100percentage_no = (totaal NO / 2000) * 1002) Conditionele percentages (kolompercentages)
percentage_yes_bij_mannen = (YES bij mannen / totaal mannen) * 100percentage_yes_bij_vrouwen = (YES bij vrouwen / totaal vrouwen) * 1003) Percentageverschil (procentpunten)
percentageverschil_yes = percentage_yes_bij_mannen - percentage_yes_bij_vrouwen4) Odds en odds ratio
odds_mannen = (YES bij mannen) / (NO bij mannen)odds_vrouwen = (YES bij vrouwen) / (NO bij vrouwen)odds_ratio = odds_mannen / odds_vrouwen5) Chi-kwadraat (chi^2)
E_ij = (rijtotaal_i * kolomtotaal_j) / N(O - E)^2 / E opchi_kwadraat6) Extra + meerkeuze
kans_no_bij_vrouwen = P(NO |
Vrouw) = (NO bij vrouwen) / (totaal vrouwen) |
antwoord_mc (A=1, B=2, C=3, D=4)Afronden: percentages op 2 decimalen, odds op 4 decimalen, OR op 2 decimalen, chi^2 op 4 decimalen.
Instructie: Vervang ??? door je antwoord. Gebruik decimalen met punt (niet komma) en geen procentteken.