Bij zes koppels zijn de huwelijksduren in dagen:
30, 60, 60, 90, 120, 120
Leerdoel: een frequentie in één tabel uitdrukken als absoluut aantal, relatieve frequentie, percentage en cumulatieve maat.
Bereken:
Gebruik voor de omzettingen de ongeronde breuken en rond alleen relatieve frequentie en percentages af op twee decimalen. Vul percentages zonder procentteken in.
Invoer: Gebruik een punt (.) als decimaalteken, niet een komma (,). Zet geen komma na het antwoord.