De solden lopen op hun einde en dezelfde schoenwinkel geeft nu speciale kortingen, die afhangen van het aantal paren dat je koopt. Een paar schoenen kost 125 EUR. De korting:
Schrijf een programma dat het aantal paren schoenen inleest en het te betalen bedrag berekent. Rond af op twee cijfers na de komma en toon het zo:
Het totaal te betalen bedrag bedraagt: x EUR
Vervang x door het berekende bedrag (met een punt als decimaalteken).
Koopt iemand 0 paren, dan is het bedrag gewoon 0.00 EUR. Bij een
negatief getal toon je deze foutmelding (en bereken je geen bedrag):
Foutmelding: aantal kan niet negatief zijn
Invoer: (één paar, 20 % korting op 125 EUR)
1
Uitvoer:
Het totaal te betalen bedrag bedraagt: 100.00 EUR
Invoer: (twee paar, 40 % korting op 250 EUR)
2
Uitvoer:
Het totaal te betalen bedrag bedraagt: 150.00 EUR
Invoer: (drie paar, 60 % korting op 375 EUR)
3
Uitvoer:
Het totaal te betalen bedrag bedraagt: 150.00 EUR