Alles in Python heeft een datatype. Het datatype bepaalt wat je met een waarde kunt doen.
| Datatype | Omschrijving | Voorbeelden |
|---|---|---|
str (string) |
tekst | "Hallo", "A", "" |
int (integer) |
geheel getal | 1, 4, 0, -5 |
float |
kommagetal | 8.6, -3.1, 0.0 |
bool (Boolean) |
waar of niet waar | True, False |
In Python gebruik je een punt als decimaalteken, niet een komma. Schrijf dus 3.14 en niet 3,14.
Je kunt het type van een waarde opvragen met type():
print(type("Hallo")) # <class 'str'>
print(type(42)) # <class 'int'>
print(type(3.14)) # <class 'float'>
print(type(True)) # <class 'bool'>