Acht antwoorden zijn: nooit, soms, vaak, vaak, zelden, vaak, soms, nooit.
Leerdoel: één absolute frequentie uit korte categorische gegevens tellen.
Hoe vaak komt de categorie ‘vaak’ voor?
Vul één antwoord in op de lege plaats in het codebestand.
Invoer: Gebruik een punt (.) als decimaalteken, niet een komma (,). Zet geen komma na het antwoord.