Maak een invulverhaal! In het verhaal zijn een paar woorden vervangen door omschrijvingen. Voor elke omschrijving vraag je de gebruiker om een woord in te vullen. Daarna druk je het volledige verhaal af met de ingevulde woorden.
Schrijf een programma dat het volgende verhaal afdrukt, waarbij je de gebruiker vraagt om achtereenvolgens een dier, een voedsel en een werkwoord in te vullen.
Verwacht gedrag:
Als de gebruiker kat, pizza en dansen invoert, is de uitvoer:
Er was eens een kat die zo graag pizza at, dat die maar bleef dansen.
Startcode:
dier = input()
voedsel = input()
werkwoord = input()
# druk het verhaal af met de ingevulde woorden