Drop links or images here to add them to the editor.

Beantwoord de volgende meerkeuzevragen over de logica van partiële correlatie, schijnverbanden en controlevariabelen in criminologisch onderzoek.

Vul voor elke vraag het nummer van je antwoord in (bijv. vraag1 <- 2).


Vragen

1) Wat meet een partiële correlatie r_XY.Z?

  1. De correlatie tussen X en Y, terwijl alleen de variantie van Z constant wordt gehouden
  2. De correlatie tussen X en Y na het statistisch uitschakelen van de invloed van Z op beide variabelen
  3. De correlatie tussen X en Z, gecorrigeerd voor Y
  4. De gemiddelde correlatie van X, Y en Z onderling

2) Een onderzoeker vindt r_XY = 0.70, maar r_XY.Z = 0.02. Wat is de juiste conclusie?

  1. Het verband X–Y is een suppressorverband: Z maskeert de ware relatie
  2. Het verband X–Y is zeer sterk, ongeacht Z
  3. Het verband X–Y is hoogstwaarschijnlijk een schijnverband veroorzaakt door Z
  4. Het verband X–Y is een indirect verband dat volledig via Z verloopt

3) Welke bewering over partiële correlatie is ONJUIST?

  1. Een partiële correlatie kan nooit groter zijn dan de overeenkomstige bivariate correlatie
  2. Om een partiële correlatie te berekenen heb je enkel r_XY, r_XZ en r_YZ nodig
  3. Een partiële correlatie kan een ander teken hebben dan de bivariate correlatie
  4. Partiële correlatie is een stap in de richting van multivariate analyses

4) Een criminoloog vindt voor de relatie “buurtoverlast (X) – angst voor criminaliteit (Y)” dat:

Wat is de meest passende conclusie?

  1. Leeftijd is een schijnvariabele: het verband verdwijnt na controle
  2. Leeftijd is een suppressorvariabele: het verband was onderdrukt
  3. Het verband X–Y is een reëel verband dat nauwelijks beïnvloed wordt door leeftijd
  4. Het verband X–Y is statistisch niet significant

5) Bij het berekenen van de partiële correlatie wordt de formule:

\[r_{XY \cdot Z} = \frac{r_{XY} - r_{XZ} \cdot r_{YZ}}{\sqrt{(1 - r_{XZ}^2)(1 - r_{YZ}^2)}}\]

Wat staat in de teller van deze formule?

  1. Het verschil tussen de partiële correlatie en de bivariate correlatie
  2. De bivariate correlatie r_XY verminderd met het product van r_XZ en r_YZ
  3. De som van alle drie de bivariate correlaties
  4. Het product van r_XZ en r_YZ

6) Wanneer noemen we Z een “suppressorvariabele”?

  1. Als r_XY.Z kleiner is dan r_XY en beide dezelfde richting hebben
  2. Als r_XY.Z ≈ 0 na controle voor Z
  3. Als r_XY.Z sterker (of met tegenovergesteld teken) is dan r_XY
  4. Als r_XY.Z gelijk is aan r_XY

7) Waarom is partiële correlatie een “introductie tot de multivariate statistiek”?

  1. Omdat het alleen van toepassing is op meer dan drie variabelen tegelijk
  2. Omdat het het principe invoert van het controleren voor derde variabelen — de kern van multivariate analyse
  3. Omdat partiële correlatie hetzelfde is als meervoudige regressie
  4. Omdat het enkel gebruikt wordt bij nominale variabelen