Combi 4 – Rechthoek uit tekst

Een tekenprogramma krijgt de afmetingen van een rechthoek als tekst, bv. 12,5x8 (lengte x breedte, in meter).

Opdracht

Vraag de afmetingen in de vorm lengtexbreedte en toon:

  1. de lengte en de breedte;
  2. de oppervlakte (lengte × breedte);
  3. de omtrek (2 × lengte + 2 × breedte);
  4. de lengte van de diagonaal, afgerond op 2 decimalen.

Voorbeeld

Geef de afmetingen (lengtexbreedte):
12,5x8
Lengte: 12,5 m
Breedte: 8 m
Oppervlakte: 100 m²
Omtrek: 41 m
Diagonaal: 14,84 m

Tips

  • De scheiding tussen lengte en breedte is de kleine letter x.
  • De diagonaal bereken je met de stelling van Pythagoras: √(lengte² + breedte²). Gebruik Math.Pow en Math.Sqrt.
  • Het teken ² kan je kopiëren uit de opgave.

Combi-oefening

In deze oefening combineer je wat je leerde in de vorige hoofdstukken:

  • H2 – datatypes (int, double, string), rekenen en omzetten met Convert
  • H3 – tekst samenvoegen met string-interpolatie $"..."
  • H4 – de Math-bibliotheek en de string-bibliotheek

Je gebruikt geen beslissingen (if) en geen lussen.

Klasafspraken

  • Declareer al je variabelen bovenaan in Main, apart van de code die ze een waarde geeft.
  • Gebruik betekenisvolle namen in camelCase.
  • Een stringmethode verandert de string niet zelf: bewaar het resultaat, bv. naam = naam.ToUpper();.