Drop links or images here to add them to the editor.

Beschrijving
Een leerling legt twee examens af: getallenleer en meetkunde.
Voor elk examen moet de leerling minstens 50 op 100 behalen om geslaagd te zijn.
Gevraagd
Schrijf een programma dat vraagt naar de punten van beide examens.
Beoordeel daarna de resultaten en druk één van de volgende berichten af:
- ‘Je bent niet geslaagd’ als beide scores lager zijn dan 50;
- Als het gemiddelde tussen 80% en 90% ligt; ‘Je hebt onderscheiding, proficiat.’ En je drukt het gemiddelde af.
- ‘Je hebt één herexamen’ als één van de scores lager is dan 50;
- ‘Je bent geslaagd.’ als beide scores groter dan of gelijk aan 50 zijn en het gemiddelde lager is dan 80%;
- Als het gemiddelde 90% of hoger is. ‘Je hebt grote onderscheiding, proficiat!’ En je drukt het gemiddelde af.
Voorbeeld
Bij een invoer van 67 en 42 verschijnt er:
Bij een invoer van 90 en 96 verschijnt er:
Je hebt grote onderscheiding, proficiat!
Je behaalt een gemiddelde van 93%