Drop links or images here to add them to the editor.

Tijdens de atletiekles noteert een leerkracht de afstanden (in centimeter) die leerlingen springen bij het verspringen.

De gebruiker voert één voor één de afstanden in. Het programma houdt bij wat de kortste en langste sprong is. Wanneer de gebruiker ´-999` invoert, stopt het programma. Deze waarde is enkel een stopteken en telt niet mee.

Toon na afloop de kortste en de langste sprong, elk op een eigen regel:

langste: <grootste getal>
kortste: <kleinste getal>

Geeft de gebruiker meteen -999 in, dan zijn er geen getallen ingegeven. Toon in dat geval:

Er zijn geen getallen ingegeven.

Omdat je altijd minstens één getal moet inlezen voordat je weet of het de -999 is, gebruik je hiervoor een do-while-lus.

Tip: een geschikte startwaarde

Om het langste en kortste sprong te bepalen, start je met een startwaarde die zo extreem mogelijk is, zodat elke echte invoerwaarde die startwaarde meteen verbetert:

int langste = int.MinValue;
int kortste = int.MaxValue;

Invoer:

10
5
20
-3
-999

Uitvoer:

langste: 20
kortste: -3

Invoer:

-999

Uitvoer:

Er zijn geen getallen ingegeven.