Drop links or images here to add them to the editor.

Het is vrijdagavond. Je weet nog niet wat je wilt eten maar hebt gehoord dat een nieuwe pizzeria – Pizzeria Danilo, net geopend om de hoek – hele lekkere pizza’s maakt. Als je een pizza bestelt, moet je natuurlijk wel eerst weten welke je wilt hebben. Als je de website van je plaatselijke pizzeria erbij hebt gepakt word je overweldigd door de hoeveelheid opties. Al deze opties staan in een database.

Maar wat is een database? En hoe ziet zoiets eruit?

Danilo moet veel gegevens bijhouden. Zoals bijvoorbeeld, de naam van de pizza’s, de prijs en de ingrediënten. Maar ook de namen en adressen van klanten en gegevens over bestellingen en bezorgers. Die gegevens worden bewaard in tabellen. En tabellen bestaan weer uit kolommen met rijen van gegevens die opgeslagen worden. Die gegevens noemen we data. Door informatie op een vaste, georganiseerde manier op te slaan kunnen computers die makkelijk lezen, begrijpen en verwerken. Dat noemen we gestructureerde data. Een database is een verzameling van tabellen waaruit je eenvoudig (overzichten met) gegevens kunt opvragen.

Verwerkingsopdracht – Kolommen kiezen bij het ontwerp van een tabel

Stel dat jij bij Danilo’s Pizzeria wilt bestellen. Om de contactgegevens op te slaan in een database moet je een webformulier invullen:

webformulier

We maken een tabel waarin we de contactgegevens opslaan, zodat we makkelijk de gegevens van klanten kunnen terugvinden als ze een bestelling plaatsen.

Vragen:

a. Bekijk het webformulier goed. Welke gegevens worden verzameld? Noem alle velden.

b. Wat betekent het sterretje (*) achter sommige veldnamen in een webformulier?

c. Wat gebeurt er als er twee verschillende mensen zijn met dezelfde voornaam en achternaam waarvan je het adres wilt opzoeken? Wat voor oplossing hebben we op school hiervoor? Tip: wat voor uniek getal heeft elke leerling op school?

d. Bedenk een oplossing voor Danilo’s pizzeria voor het eenduidig opslaan van klantgegevens. Dus, bedenk iets unieks voor elke klant.

e. We maken een tabel om de gegevens in op te slaan. Kolom ‘B’ is al ingevuld met ‘voornaam’.

TABEL:

A voornaam C D E F G H
101 Jan de Vries Gladioolstraat 11 3742TC Enschede 06-16915427
103 Jan de Vries Banckertlaan 7 3742MG Enschede 06-79118502
104 Nelleke Brouw Talmalaan 11 3741T2 Enschede 035-6014464
105 Frieda van den Meijden Krugerlaan 9 3743CJ Enschede 035-2791978
Antwoord

a. De velden zijn: voornaam, tussenvoegsel, achternaam, adres, postcode, plaats en telefoonnummer.

b. Een sterretje betekent dat het veld verplicht is (niet leeg mag blijven).

c. Als twee personen dezelfde naam hebben, kun je ze niet uit elkaar houden op basis van naam alleen. Op school heeft elke leerling een uniek leerlingnummer.

d. Elke klant krijgt een uniek klantnummer.

e. De kolommen kunnen heten: A = klantnummer, C = tussenvoegsel, D = achternaam, E = adres, F = postcode, G = plaats, H = telefoon. De tabel heet: klant.

klantnummer voornaam tussenvoegsel achternaam adres postcode plaats telefoon
101 Jan de Vries Gladioolstraat 11 3742TC Enschede 06-16915427
103 Jan de Vries Banckertlaan 7 3742MG Enschede 06-79118502
104 Nelleke Brouw Talmalaan 11 3741T2 Enschede 035-6014464
105 Frieda van den Meijden Krugerlaan 9 3743CJ Enschede 035-2791978