Drop links or images here to add them to the editor.

Functies

In de vorige hoofdstukken heb je al verschillende functies gebruikt. Denk maar aan de in- en uitvoer functies input() en print(). In dit onderdeel ga je zelf functies schrijven. Waarom zou je zelf functies willen schrijven?

def <functienaam>(<parameter_lijst>) :
    <acties>

Parameters worden gebruikt om informatie van buiten de functie naar de functie toe te communiceren. Vaak wil je ook informatie vanuit de functie naar het programma buiten de functie toe communiceren. Daartoe dient het commando return.

Voorbeeld

Uit de wetten van Newton volgt de volgende formule voor de valafstand d van een object gedurende een tijd t. Op aarde is de zwaarteveldsterkte g = 9,81 m/s².

\[\mathsf{d = \dfrac{1}{2}\cdot g \cdot t^2}\]

We kunnen de valafstand eenvoudig berekenen met behulp van een functie in Python.

def valafstand(t, g):
    d = 1/2 * g * t**2
    return d

print("Als een object 3 seconden valt, dan legt het", valafstand(3, 9.81), "m af.")

Je merkt dat alle complexiteit in de functie bevat zit en de print-functie zeer natuurlijk leest. Ook het onderstaande leest zeer vlot.

print("Als een object 3 seconden valt op de maan, dan legt het", valafstand(3, 1.625), "m af.")

Opgave

Beschouw onderstaande code, deze bevat een foutje.

Corrigeer deze code zodat als uitvoer verschijnt:

Een driehoek met basis 4.5 cm en hoogte 1.0 cm heeft oppervlakte 2.25 cm².