Een agenda-app slaat afspraken op als een DateTime. Voor sommige bewerkingen moeten de afzonderlijke onderdelen van de datum en het tijdstip apart beschikbaar zijn.
Schrijf een programma dat een datum en tijdstip inleest en hiervan eenDateTime-object maakt.
Toon vervolgens de volgende onderdelen op één regel:
Gebruik hiervoor de eigenschappen .Day, .Month, .Year, .Hour, .Minute en .Second.
Invoer: zes regels met telkens één geheel getal, in deze volgorde: het jaar, de maand, de dag, het uur, de minuut en de seconde.
2005
5
12
14
30
45
Uitvoer:
Dag: 12, Maand: 5, Jaar: 2005, Uur: 14, Minuut: 30, Seconde: 45
Invoer:
1999
12
31
23
59
59
Uitvoer:
Dag: 31, Maand: 12, Jaar: 1999, Uur: 23, Minuut: 59, Seconde: 59