De verantwoordelijke van een meubelzaak moet zijn verkoopprijzen bepalen. In de meubelbranche werkt men met een winstmarge van 190 % op de inkoopprijs. Dat wil zeggen: bovenop de inkoopprijs komt er nog eens 190 % van die inkoopprijs bij. De verkoopprijs is dus:
\[\text{verkoop} = \text{inkoop} + 1{,}9 \cdot \text{inkoop} = \text{inkoop} \cdot 2{,}9\]Schrijf een programma dat de inkoopprijs inleest en de verkoopprijs berekent. Omdat het over geld gaat, rond je af op twee cijfers na de komma. Toon het resultaat zo:
De verkoopprijs bedraagt: x EUR
Vervang x door het berekende, afgeronde bedrag. De getallen schrijf je met een
punt als decimaalteken.
Cijfers na de komma tonen. Toon een kommagetal met een vast aantal cijfers na de komma met
.ToString(...), bijvoorbeeldbedrag.ToString("F2")voor twee cijfers ofgetal.ToString("F1")voor één. Het getal wordt zo meteen netjes afgerond getoond; hoe afronden precies werkt, leer je later bij de ingebouwde functies.
Invoer:
100
Uitvoer:
De verkoopprijs bedraagt: 290.00 EUR
Invoer:
10.5
Uitvoer:
De verkoopprijs bedraagt: 30.45 EUR