Een priemgetal is een natuurlijk getal groter dan 1, dat slechts door 1 en zichzelf deelbaar is. In deze opgave schrijven we enkele functies omtrent priemgetallen.
Vergeet geen type-annotaties toe te voegen!
Definieer als eerste een functie isPriemgetal, die voor een gegeven geheel getal
teruggeeft of het een priemgetal is of niet. Je hoeft hierbij geen rekening te houden
met negatieve getallen.
isPriemgetal 2 == True
isPriemgetal 5 == True
isPriemgetal 6 == False
isPriemgetal 1 == False
Schrijf vervolgens een functie allePriemgetallen, die de lijst van alle priemgetallen
teruggeeft. Maak hiervoor gebruik van isPriemgetal en list comprehensions. Merk op
dat deze lijst oneindig is.
allePriemgetallen !! 0 == 2
allePriemgetallen !! 1 == 3
allePriemgetallen !! 2 == 5
allePriemgetallen !! 1000 == 7927
Tenslotte schrijf je de functie geefPriemgetallen. geefPriemgetallen verwacht een
geheel (natuurlijk) getal \(n\) als input en geeft een lijst van de \(n\) kleinste
priemgetallen terug.
geefPriemgetallen 10 == [2,3,5,7,11,13,17,19,23,29]
geefPriemgetallen 15 == [2,3,5,7,11,13,17,19,23,29,31,37,41,43,47]