Drop links or images here to add them to the editor.

Gegeven

Indien men een bal vanop een bepaalde hoogte laat vallen dan stuitert die totdat deze uiteindelijk stil komt te liggen.

Voor verschillende soorten ballen geldt een restitutiecoëfficiënt \(\mathsf{c}\). Dit is een kommagetal tussen 0 en 1 dat aangeeft hoe ver de bal terugbotst. Een waarde van 1 betekent dat de bal perfect terugbotst terwijl 0 betekent dat de bal meteen tot rust komt.

Het volgende verband bestaat tussen \(\mathsf{c}\), de hoogte \(\mathsf{h_i}\) en de hoogte \(\mathsf{h_{i+1}}\) na 1 keer botsen.

\[\mathsf{c = \sqrt{\dfrac{h_{i+1}}{h_i}}}\]

Gevraagd

Schrijf een programma dat in volgorde de beginhoogte (in cm) van de bal en de restitutiecoëfficiënt vraagt. Vervolgens wordt afgedrukt na hoeveel botsingen de bal minder dan 1 cm boven de grond komt.

Na elke botsing geef je de hoogte van de bal weer, deze hoogte rond je af op 1 decimaal.

Voorbeeld

Bij een starthoogte van 100.0 cm en een restitutiecoëfficient van 0.7 verschijnt er:

Na 1 botsing is de hoogte nog 49.0 cm.
Na 2 botsingen is de hoogte nog 24.0 cm.
Na 3 botsingen is de hoogte nog 11.8 cm.
Na 4 botsingen is de hoogte nog 5.8 cm.
Na 5 botsingen is de hoogte nog 2.8 cm.
Na 6 botsingen is de hoogte nog 1.4 cm.
Na 7 botsingen is de hoogte nog 0.7 cm.

Tips

  • Hou in een aparte variabele het aantal botsingen bij.
  • Rond enkel af bij het afdrukken.
  • Je zal de formule moeten omvormen. Beide leden kwadrateren leidt tot:
\[\mathsf{c^2 = \dfrac{h_{i+1}}{h_i}}\]