In een database sla je data op een gestructureerde manier op. Daarvoor moet je voor iedere kolom aangeven wat voor soort gegevens je wilt opslaan: het datatype.

In SQLite, de database waarmee wij werken, zijn er drie datatypes:

Datatype Omschrijving Voorbeeld
TEXT een stuk tekst 'Jaap'
INTEGER een geheel getal 4
REAL een kommagetal 2.50

Sommige gegevens worden als TEXT opgeslagen, ook al lijken ze op getallen:

Verwerkingsopdracht – Datatypes kiezen bij de tabel klant

Ga verder met de tabel klant. Geef bij elke kolom aan welk datatype het bevat: TEXT, INTEGER of REAL.

klantnummer voornaam tussenvoegsel achternaam adres postcode plaats telefoon
101 Jan de Vries Gladioolstraat 11 3742TC Enschede 06-16915427
103 Jan de Vries Banckertlaan 7 3742MG Enschede 06-79118502
104 Nelleke Brouw Talmalaan 11 3741T2 Enschede 035-6014464
105 Frieda van den Meijden Krugerlaan 9 3743CJ Enschede 035-2791978
Antwoord
  • klantnummer: INTEGER
  • voornaam: TEXT
  • tussenvoegsel: TEXT
  • achternaam: TEXT
  • adres: TEXT
  • postcode: TEXT (bevat letters én cijfers)
  • plaats: TEXT
  • telefoon: TEXT (voorloop-nul moet bewaard blijven)

Verwerkingsopdracht – Datatypes kiezen bij tabel pizza

Stel dat we een tabel met pizza’s hebben met de volgende kolommen:

  1. pizzacode: een getal dat uniek is per pizza
  2. naam: naam van de pizza
  3. omschrijving: de toppings
  4. basisprijs: de prijs in euro’s

Geef aan welk datatype (TEXT, INTEGER of REAL) bij elke kolom hoort.

Antwoord
  • pizzacode: INTEGER
  • naam: TEXT
  • omschrijving: TEXT
  • basisprijs: REAL