In een database sla je data op een gestructureerde manier op. Daarvoor moet je voor iedere kolom aangeven wat voor soort gegevens je wilt opslaan: het datatype.
In SQLite, de database waarmee wij werken, zijn er drie datatypes:
| Datatype | Omschrijving | Voorbeeld |
|---|---|---|
| TEXT | een stuk tekst | 'Jaap' |
| INTEGER | een geheel getal | 4 |
| REAL | een kommagetal | 2.50 |
Sommige gegevens worden als TEXT opgeslagen, ook al lijken ze op getallen:
jjjj-mm-dd, bijvoorbeeld: "2025-04-20""0688567389"Ga verder met de tabel klant. Geef bij elke kolom aan welk datatype het bevat: TEXT, INTEGER of REAL.
| klantnummer | voornaam | tussenvoegsel | achternaam | adres | postcode | plaats | telefoon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 101 | Jan | de | Vries | Gladioolstraat 11 | 3742TC | Enschede | 06-16915427 |
| 103 | Jan | de | Vries | Banckertlaan 7 | 3742MG | Enschede | 06-79118502 |
| 104 | Nelleke | Brouw | Talmalaan 11 | 3741T2 | Enschede | 035-6014464 | |
| 105 | Frieda | van den | Meijden | Krugerlaan 9 | 3743CJ | Enschede | 035-2791978 |
Stel dat we een tabel met pizza’s hebben met de volgende kolommen:
Geef aan welk datatype (TEXT, INTEGER of REAL) bij elke kolom hoort.