Een criminoloog onderzoekt de relatie tussen schoolbetrokkenheid (X) en delinquentie (Y) bij adolescenten (n = 85). Op basis van bivariate analyse lijkt er nauwelijks een verband te zijn. De onderzoeker vermoedt echter dat lage zelfcontrole (Z) een suppressorvariabele is die een verborgen relatie maskeert.
De volgende correlatietabel is beschikbaar:
Tabel 1
Correlatietabel van schoolbetrokkenheid, delinquentie en lage zelfcontrole (n = 85)
| Variabele | X (Schoolbetrokkenheid) | Y (Delinquentie) | Z (Lage zelfcontrole) |
|---|---|---|---|
| X (Schoolbetrokkenheid) | 1 | 0.10 | -0.65 |
| Y (Delinquentie) | 0.10 | 1 | -0.55 |
| Z (Lage zelfcontrole) | -0.65 | -0.55 | 1 |
Variabelen:
Onderzoeksvraag: Wat is de partiële correlatie tussen schoolbetrokkenheid en delinquentie, na uitschakeling van lage zelfcontrole? Wat zegt dit over het type relatie?
Je berekent alles met de hand (rekenmachine mag). In R vul je enkel je eindresultaten in. Rond alle tussenresultaten af op 4 decimalen.
r_XY (2 decimalen)r_XZ (2 decimalen)r_YZ (2 decimalen)r_XY_teller (4 decimalen)r_XY_noemer (4 decimalen)r_XY.Z: r_XY_Z (4 decimalen)conclusie_type