Je hebt zojuist geleerd hoe je een for-lus in een functie kan gebruiken met een gegeven lijst, en hoe je dit kan combineren met een if-constructie om enkel voor sommige elementen iets te doen. In deze oefening zal je dat toepassen. Je kan de uitleg hieronder nog eens bekijken als je dat wil.
We kunnen een functie maken die van de gegeven lijst alleen de getallen afdrukt die groter zijn dan 5:
def PrintGroterDan5(getallen):
for getal in getallen:
if getal > 5:
print(f"{getal} is groter dan 5.")
Merk op dat er géén elif of else is in deze if-constructie. Dit betekent dat als het getal niet groter is dan 5, er niets gebeurt en de lus gewoon doorgaat naar het volgende getal in de lijst.
Als iemand deze functie aanroept met een lijst zoals
7 is groter dan 5.
9 is groter dan 5.
Waarom?
[3, 7, 2, 9, 4].getal neemt de waarde van het eerste getal uit de lijst, namelijk 3.3 > 5. Dit is niet waar, dus er gebeurt niets en de lus gaat verder naar het volgende getal.getal is 7. De if-constructie controleert of 7 > 5. Dit is waar, dus de code binnen de if-constructie wordt uitgevoerd en op het scherm verschijnt: 7 is groter dan 5..getal, namelijk 2. De if-constructie controleert of 2 > 5. Dit is niet waar, dus er gebeurt niets en de lus gaat verder.getal is 9. De if-constructie controleert of 9 > 5. Dit is waar, dus de code binnen de if-constructie wordt uitgevoerd en op het scherm verschijnt: 9 is groter dan 5..getal is 4. De if-constructie controleert of 4 > 5. Dit is niet waar, dus er gebeurt niets.Maak een functie genaamd
[deler] past [aantal] keer in [getal] en de de rest is [rest].[deler] past precies [aantal] keer in [getal].waarbij [deler], [aantal], [getal], en [rest] vervangen worden met de juiste waarden.
| Invoer | → | Verwachte output |
|---|---|---|
| → | |
|
| → | |
|
| → | |
|
| → | (Er is geen output.) |
|
| → | |
Je krijgt al een deel van de code, maar je zal deze zelf moeten aanvullen.
def PrintRestdeling(getallen, deler):
for ____ in getallen:
aantal = ____
rest = ____
if ____:
____
else:
____
In een eerdere oefening heb je onderstaande wiskundige operaties al eens gezien. Je zal er in deze oefening ook enkele van nodig hebben, dus hier is een kleine herinnering:
| Symbool | Benaming en/of uitleg | Voorbeeld | Resultaat |
|---|---|---|---|
| \[ + \] | Optelling | 7 + 3 |
10 |
| \[ - \] | Aftrekking | 7 - 3 |
4 |
| \[ * \] | Vermenigvuldiging | 7 * 3 |
21 |
| \[ / \] | Deling | 7 / 3 |
2.3333333333333335
De 5 op het einde komt door de manier waarop nummers in de computer worden opgeslagen. Hier hoef je niet op te letten. |
| \[ // \] | Gehele deling
Dit is hoe vaak het tweede getal volledig in het eerste getal past. |
7 // 3 |
2 |
| \[ \% \] | Rest (modulo)
Dit is de rest die overblijft wanneer het tweede getal zo vaak als kan wordt afgehaald van het eerste getal. |
7 % 3 |
1 |
| \[ ** \] | Macht (exponent) | 7 ** 3 |
343 |
| \[ \sqrt{\ \ } \] | Wortel
De vierkantswortel wordt berekend door het omgekeerde te doen van een macht: een cijfer tot de macht 0.5 is hetzelfde als de vierkantswortel te nemen. |
49 ** (1/2) |
7.0 |
| \[ \sqrt[3]{\ \ } \] | Derdemachtswortel
Een cijfer tot de macht 1/3 is hetzelfde als de derdewortel |
27 ** (1/3) |
3.0 |