
Oefening op 5 punten
De kikker die we kennen uit de les is mank. Naar rechts bewegen lukt nog prima, maar naar beneden springen kost hem veel meer moeite.
Je krijgt een matrix met kommagetallen tussen 0.5 en 2. De kikker start linksboven en wil rechtsonder raken. Onderweg mag hij alleen:
De waarde in het startvak is de beginwaarde van zijn pad.
Daarna gelden deze regels:
Bepaal welk pad van linksboven naar rechtsonder de kleinste eindwaarde oplevert.
Rond helemaal op het einde af op 2 cijfers na de komma.
De functie krijgt één argument:
matrix: een rechthoekige matrix met kommagetallen tussen 0.5 en 2Geef de kleinste mogelijke eindwaarde terug die de kikker kan bekomen in het vak rechtsonder afgerond op 2 cijfers na de komma.
Beschouw de matrix:
[
[1.25, 0.5],
[2, 1.5]
]
De kikker start met waarde 1.25.
(1.25 + 0.5) * 1.5 = 2.63.(1.25 * 2) + 1.5 = 4.0.De kleinste mogelijke eindwaarde is dus 2.63.