De lijst cijferlijst = [8.2, 6.2, 5.0, 4.9, 7.1] bevat cijfers van een leerling.
Schrijf een programma dat door deze lijst loopt en voor elk cijfer van 5.0 of lager afdrukt:
Let op: een [cijfer] is onvoldoende!
Verwachte uitvoer:
Let op: een 5.0 is onvoldoende!
Let op: een 4.9 is onvoldoende!