Lees onderstaande uitleg zorgvuldig door. Deze kennis vormt de basis voor de volgende oefeningen waarin je verschillende onderzoeksvragen moet classificeren.
Drie Typen Onderzoeksvragen
Het verschil tussen een univariate beschrijvende vraag en een bivariate beschrijvende vraag is te herkennen aan het aantal variabelen dat wordt onderzocht en de relatie tussen deze variabelen. Hier is een overzicht van de verschillen:
1. Univariate beschrijvende vraag:
- Aantal variabelen: 1 variabele
- Doel: Het beschrijven van de eigenschappen of kenmerken van één enkele variabele. Het gaat niet om de relatie tussen twee variabelen, maar om het analyseren of samenvatten van de variabele zelf.
- Voorbeeld: “Wat is de gemiddelde leeftijd van de bewoners in deze stad?”
- Hier wordt enkel de leeftijd van de bewoners bestudeerd en niet de relatie met andere variabelen.
- Kenmerken:
- Beschrijven van een enkele variabele
- Vaak gebruik van statistieken zoals gemiddelden, frequenties, spreiding, enz.
- Kan kwantitatief of kwalitatief zijn
2. Bivariate beschrijvende vraag:
- Aantal variabelen: 2 variabelen
- Doel: Het beschrijven van de relatie of het verband tussen twee variabelen. Hierbij kijk je hoe de ene variabele zich verhoudt tot de andere.
- Voorbeeld: “Verschilt de gemiddelde leeftijd van mannen en vrouwen in deze stad?”
- “Hoe sterk is de samenhang tussen slachtofferschap en daderschap?”
- Kenmerken:
- Beschrijven van de relatie tussen twee variabelen
- Vaak gebruik van statistieken zoals correlaties, kruistabellen, of gemiddelden per groep
- Kan bijvoorbeeld gaan over de vergelijking tussen groepen of het vinden van een verband tussen variabelen
3. Bivariate verklarende onderzoeksvraag:
- Aantal variabelen: 2 variabelen
- Doel: Onderzoeken of één variabele een invloed heeft op of een verklaring biedt voor verschillen in een andere variabele
- Voorbeeld: “Heeft het geslacht van studenten invloed op hun favoriete keuze voor online onderzoek?”
- Kenmerken:
- Onderzoekt verklarende relaties (oorzakelijke of richtinggevende verbanden)
- Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:
- Onafhankelijke variabele (verklarende variabele) → mogelijk een determinant of invloed
- Afhankelijke variabele (te verklaren variabele) → de uitkomst
Meetniveaus van Variabelen
Elke variabele heeft een bepaald meetniveau dat bepaalt welke statistische bewerkingen mogelijk zijn:
1. Nominaal
- Definitie: Categorieën zonder ordening of rangorde
- Voorbeelden:
- Geslacht (man, vrouw)
- Nationaliteit (Belgisch, Nederlands, Frans)
- Kleur van auto (rood, blauw, groen)
- Type misdrijf (diefstal, vandalisme, geweld)
- Kenmerken: Je kunt alleen tellen hoeveel er in elke categorie vallen
Speciale vorm: Binaire variabelen
- Definitie: Nominale variabelen met precies 2 categorieën
- Voorbeelden:
- Geslacht (man/vrouw)
- Getrouwd (ja/nee)
- Recidivist (ja/nee)
- Slachtoffer geweest (ja/nee)
- Verdachte opgepakt (ja/nee)
- Kenmerken: Vaak gecodeerd als 0/1 of ja/nee
2. Ordinaal
- Definitie: Categorieën met ordening/rangorde, maar geen gelijke afstanden
- Voorbeelden:
- Schoolcijfers (slecht, matig, goed, zeer goed, uitstekend)
- Tevredenheid (zeer ontevreden, ontevreden, neutraal, tevreden, zeer tevreden)
- Opleidingsniveau (basisonderwijs, middelbaar, hoger onderwijs)
- Ernst van misdrijf (licht, gemiddeld, zwaar)
- Kenmerken: Je weet dat één categorie “hoger” is dan de andere, maar niet hoeveel
3. Interval
- Definitie: Numerieke waarden met gelijke afstanden, maar geen echt nulpunt
- Voorbeelden:
- Temperatuur in Celsius (10°C, 20°C, 30°C)
- IQ-scores (90, 100, 110, 120)
- Jaartallen (1990, 2000, 2010)
- Kenmerken: Verschillen tussen waarden zijn betekenisvol, maar verhoudingen niet (20°C is niet “twee keer zo warm” als 10°C)
4. Ratio
- Definitie: Numerieke waarden met gelijke afstanden EN een echt nulpunt
- Voorbeelden:
- Leeftijd (0 jaar = geen leeftijd)
- Gewicht (0 kg = geen gewicht)
- Aantal kinderen (0 = geen kinderen)
- Inkomen (0 euro = geen inkomen)
- Aantal misdrijven per maand (0 = geen misdrijven)
- Kenmerken: Alle wiskundige bewerkingen mogelijk, verhoudingen zijn betekenisvol (20 jaar is twee keer zo oud als 10 jaar)
Kwantitatief vs Kwalitatief
Kwalitatieve variabelen (Categorisch)
- Definitie: Variabelen die kwaliteiten of eigenschappen beschrijven
- Kenmerken: Bestaan uit categorieën of labels
- Voorbeelden:
- Geslacht (man/vrouw)
- Studierichting (criminologie, psychologie, sociologie)
- Woonplaats (Gent, Brussel, Antwerpen)
- Type criminaliteit (geweldsmisdrijven, vermogensmisdrijven)
- Meetniveaus: Altijd nominaal of ordinaal
Kwantitatieve variabelen (Numeriek)
- Definitie: Variabelen die hoeveelheden of aantallen beschrijven
- Kenmerken: Bestaan uit getallen waarmee je kunt rekenen
- Voorbeelden:
- Leeftijd (25 jaar)
- Aantal arrestaties (3 arrestaties)
- Lengte (175 cm)
- Inkomen (€2500 per maand)
- Meetniveaus: Altijd interval of ratio
Types Numerieke Waarden
1. Natuurlijke getallen
- Definitie: Gehele getallen vanaf 0
- Voorbeelden: 0, 1, 2, 3, 4, 5, …
- Gebruik: Voor tellen/aantal van dingen
- Voorbeelden:
- Aantal misdrijven per maand
- Aantal recidives
- Aantal slachtoffers
2. Gehele getallen
- Definitie: Alle hele getallen (positief, negatief, en nul)
- Voorbeelden: …, -3, -2, -1, 0, 1, 2, 3, …
- Gebruik: Wanneer negatieve waarden mogelijk zijn
- Voorbeelden:
- Verandering in criminaliteitscijfers (+5 of -3 ten opzichte van vorig jaar)
- Temperatuur in Celsius (-5°C, 0°C, +15°C)
3. Rationale getallen
- Definitie: Getallen die als breuk kunnen worden geschreven
- Voorbeelden: 1/2, 3/4, 2.5, 0.75
- Gebruik: Voor metingen die fracties toestaan
- Voorbeelden:
- Gemiddeld aantal misdrijven per dag (2.3 misdrijven)
- Percentage recidive (67.5%)
4. Continue waarden
- Definitie: Kunnen elk getal binnen een bereik aannemen (inclusief alle decimalen)
- Kenmerken: Oneindig veel mogelijke waarden tussen twee punten
- Gebruik: Voor precieze metingen
- Voorbeelden:
- Lengte (kan 1.75m zijn, maar ook 1.751m of 1.7501m)
- Gewicht (kan 70kg zijn, maar ook 70.1kg of 70.15kg)
- Tijd (kan 5 seconden zijn, maar ook 5.001 seconden)
- Reactietijd bij een experiment (0.234 seconden)
- Body mass index (22.7)
- Gemiddelde leeftijd van daders (23.8 jaar)