We bouwen nu ons eerste volledige programma, met alle bouwstenen die we hebben geleerd. Zo zie je hoe de stukken samenkomen, en passen we meteen het invoer → verwerking → uitvoer-patroon uit de vorige activiteit toe.
We willen een programma dat twee gehele getallen optelt en de som toont.
Bijna elk programma volgt dezelfde opbouw. We schrijven de broncode in vier stappen: eerst declareren we onze variabelen, dan lezen we de invoer in, daarna doen we de verwerking, en ten slotte tonen we de uitvoer.
De variabelen die we willen gebruiken, maken we eerst kenbaar aan de computer. Variabelen van hetzelfde type mag je samen declareren. We hebben drie gehele getallen nodig: de twee in te lezen getallen en hun som.
int eersteGetal, tweedeGetal, somGetallen;
We vragen de twee getallen op met Console.ReadLine(). Die functie geeft de
invoer terug als tekst (string). Omdat we ermee willen rekenen, zetten we
de tekst eerst om naar een geheel getal met Convert.ToInt32.
Console.Write("Geef het eerste getal: ");
eersteGetal = Convert.ToInt32(Console.ReadLine());
Console.Write("Geef het tweede getal: ");
tweedeGetal = Convert.ToInt32(Console.ReadLine());
Nu volgt de eigenlijke berekening: we tellen de twee getallen op en bewaren het
resultaat in somGetallen.
somGetallen = eersteGetal + tweedeGetal;
Ten slotte tonen we het resultaat. De uitvoer is een combinatie (vandaar de +)
van een stuk tekst en de waarde van somGetallen:
Console.WriteLine("De som is " + somGetallen);
Samen geeft dat:
// Stap 1: declaratie
int eersteGetal, tweedeGetal, somGetallen;
// Stap 2: invoer
Console.Write("Geef het eerste getal: ");
eersteGetal = Convert.ToInt32(Console.ReadLine());
Console.Write("Geef het tweede getal: ");
tweedeGetal = Convert.ToInt32(Console.ReadLine());
// Stap 3: verwerking
somGetallen = eersteGetal + tweedeGetal;
// Stap 4: uitvoer
Console.WriteLine("De som is " + somGetallen);
Voer je dit uit met invoer 10 en 5, dan toont het programma:
Geef het eerste getal: 10
Geef het tweede getal: 5
De som is 15
Deze vier stappen — declaratie, invoer, verwerking, uitvoer — vind je in bijna elke oefening terug. Structureer je code zo: het maakt ze leesbaar en makkelijk te controleren.