Drop hier links of afbeeldingen om ze aan de editor toe te voegen.

Een matrix is een tabel van getallen met rijen en kolommen. Twee matrices van dezelfde afmetingen kan je optellen: je telt telkens de getallen op dezelfde plaats bij elkaar op.

Lees twee matrices van hetzelfde formaat in (hoogstens 6 rijen en 6 kolommen), druk ze naast elkaar af, en toon daaronder de sommatrix.

Invoer

Uitvoer

  1. Druk eerst de titel Matrix A naast Matrix B af. Toon dan per rij eerst de getallen van matrix A, dan een tab ("\t"), dan de getallen van matrix B. De getallen binnen één matrix scheid je door één spatie.
  2. Druk daarna de titel Sommatrix (A + B) af, gevolgd door de sommatrix, één rij per regel, getallen gescheiden door één spatie.

Het element op rij i, kolom j van de sommatrix is A[i, j] + B[i, j].

Invoer:

2
3
1 2 3
4 5 6
7 8 9
10 11 12

Uitvoer:

Matrix A naast Matrix B
1 2 3	7 8 9
4 5 6	10 11 12
Sommatrix (A + B)
8 10 12
14 16 18