Drop hier links of afbeeldingen om ze aan de editor toe te voegen.
Sneeuw voorspelling
In de tweede week van februari gaan studenten graag skiën in de Alpen. Een welverdiende week weg na de examens. Maar ligt er wel genoeg sneeuw?
Een student is van plan naar Axamer Lizum in Oostenrijk af te reizen. Op de dag van aankomst, zaterdag ligt er 50 cm sneeuw op de berg aan het einde van de skidag. De weervoorspellingen kondigen aan dat er iedere nacht 5 cm neerslag zal vallen (in de vorm van sneeuw).

Overdag kan de sneeuw echter wegsmelten. Bij temperaturen onder 0 blijft de sneeuw liggen, bij temperaturen vanaf 1 graden smelt de sneeuw volgens de formule:

waarbij:
Tdag = gemiddelde dagtemperatuur in graden Celsius
Ssneeuw = gesmolten sneeuw in cm per dag
Hsneeuw = sneeuwhoogte aan het begin van de dag
Dit levert de grafiek voor gesmolten sneeuw op bij verschillende sneeuwhoogtes afhankelijk van de temperatuur:

Opgave:
- Vraag de gebruiker om een temperatuur in te geven tussen -20 en 20 graden Celsius. De temperaturen kunnen decimale getallen zijn.
- Controleer dat de temperatuur tussen -20 en 20 ligt, -20 en 20 zelf zijn ook geldig.
- Als de gebruiker een temperatuur ingeeft die niet tussen -20 en 20 graden ligt, schrijft je programma naar het scherm ‘dat is geen temperatuur tussen -20 en 20 graden Celsius’ en stopt. Anders gaat het programma verder.
- Maak een lijst aan met de dagen zondag tot en met vrijdag.
- Schrijf een lus om gedurende zes dagen, zondag tot en met vrijdag de sneeuwhoogte te voorspellen aan het begin van de dag. Gebruik de hoeveelheid neerslag per nacht, de sneeuwhoogte en de ingegeven temperatuur om de sneeuwhoogte te berekenen.
- Druk voor iedere dag de naam van de dag en de voorspelde sneeuwhoogte af in hele centimeters.
- Gebruik de onafgeronde sneeuwhoogte om de verwachtingen voor de volgende dagen verder te berekenen.
Voorbeeld
Invoer:
5
Uitvoer:
zondag 55
maandag 57
dinsdag 58
woensdag 60
donderdag 62
vrijdag 64
Invoer:
25
Uitvoer:
dat is geen temperatuur tussen -20 en 20 graden Celsius