Drop hier links of afbeeldingen om ze aan de editor toe te voegen.

In de vorige oefening telde je vast de getallen van 1 tot en met 100 op. Nu mag de gebruiker zelf kiezen tot waar er geteld wordt.

Schrijf een programma waarin de gebruiker een geheel getal n invoert. Het programma berekent de som van alle getallen vanaf 1 tot en met n: 1 + 2 + 3 + … + n.

In de wiskunde bestaat hiervoor een kant-en-klare formule, maar die gebruik je hier niet. Dit is een oefening op de while-lus: tel de getallen één voor één op.

Begin met een teller op 1 en herhaal zolang die niet voorbij n is. Geeft de gebruiker 0 (of een negatief getal) in, dan is er niets op te tellen en is de som 0.

Toon het resultaat in de vorm De som is x.

Invoer:

5

Uitvoer:

De som is 15

Invoer:

10

Uitvoer:

De som is 55

Invoer:

0

Uitvoer:

De som is 0